Hitteplan voor ondernemingsraden
Europa slingert van hittegolf naar hittegolf. Eind juni dit jaar joeg een ‘hittekoepel’ de temperaturen op sommige plekken richting de 45 graden. Weerrecords sneuvelden in rijen. Op vele plekken in Europa werd code rood afgegeven wegens de substantiële gezondheidsrisico’s van extreme hitte. Veel werkgevers zijn hier al mee aan de slag en proberen hun personeel te beschermen. En toch klinkt bij menig directietafel soms nog steeds hetzelfde verweer: ‘Dit is uitzonderlijk weer.
Structureel verschijnsel
Dat is het niet meer. Klimaatwetenschappers zijn er allang over uit: extreme hitte is geen anomalie maar een structureel verschijnsel. Elke zomer wordt de kans op een nieuwe piektemperatuur groter. En elke zomer opnieuw blijkt dat extreme hitte geen ongemak is, maar een direct gezondheidsgevaar. Voor magazijnmedewerkers die in een stalen loods van 38 graden dozen tillen. Voor productiemedewerkers achter ovens die al jaren geen airco kennen. Voor kantoormedewerkers op de bovenste verdieping van een oververhit gebouw zonder goede ventilatie.
Wat zegt de wet?
De werkgever die dit afdoet met een kratten water en de mededeling ‘doe maar rustig aan’ loopt achter de feiten aan, en heeft bovendien een probleem. De Arbeidsomstandighedenwet is glashelder: de werkgever is verplicht een veilige en gezonde werkplek te garanderen. Dat klinkt abstract, maar het is dat niet. Een werkplek waar werknemers door de hitte flauwvallen, uitdrogen of arbeidsongeschikt raken, voldoet daar simpelweg niet aan. De wet vraagt van werkgevers dat ze risico’s inventariseren, beoordelen en aanpakken. Hitte is zo’n risico.
De OR heeft tanden en het is tijd om ze te laten zien
En hier is waar de ondernemingsraad om de hoek komt kijken. Veel ondernemingsraden denken bij arbeidsomstandigheden meteen aan hun adviesrecht: wachten tot de bestuurder met een voornemen komt en daar dan op reageren. Maar wat als die bestuurder helemaal niets van plan is? Dan biedt de WOR gelukkig meer dan één weg.
- Op grond van artikel 28 WOR heeft de ondernemingsraad een actieve toezichthoudende taak op de naleving van arbeidsomstandighedenregelgeving. De OR hoeft dus niet te wachten want die kan en mag zélf controleren of de werkgever zijn verplichtingen nakomt, bijvoorbeeld door een arbodeskundige te laten adviseren. Heeft dit onvoldoende effect? Dan kan de OR op basis van artikel 16 WOR een onafhankelijke expert inschakelen om de risico’s in kaart te brengen.
- De tweede optie is het initiatiefrecht van artikel 23 WOR. Dit is misschien wel het meest onderschatte wapen in het arsenaal van de OR. Met dit recht kan de ondernemingsraad zelf voorstellen indienen: betere isolatie van het gebouw, de installatie van airconditioning, aangepaste werktijden tijdens hittegolven. De bestuurder die zo’n voorstel naast zich neerlegt, is verplicht dat schriftelijk te motiveren. En die motivering leest het personeel ook. Dat is geen detail. Een bestuurder die op papier moet uitleggen waarom hij zijn medewerkers liever laat zweten dan investeert in een fatsoenlijke werkomgeving, neemt een aanzienlijk risico op onvrede op de werkvloer.
De pointe
Hitte is geen overmacht meer. Het is een voorzienbaar, terugkerend risico waarvoor werkgevers zich hebben te wapenen. De ondernemingsraad die dat ook zo ziet en zijn bevoegdheden actief inzet, zorgt niet alleen voor gezondere medewerkers. Die zorgt er ook voor dat zijn werkgever niet langer wegkomt met het excuus dat niemand dit had kunnen zien aankomen. Want dat excuus is er niet meer.
Deze blog is geschreven door Gust Depla, advocaat bij Holla Legal & Tax. Holla is partner van OR Live op 7 oktober.