Fictieve sollicitatiebrief brengt discriminatie aan het licht
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft een sollicitant gediscrimineerd op grond van ras. De man van Syrische afkomst werd afgewezen omdat zijn motivatiebrief onvoldoende zou aansluiten bij de functie. Toen hij echter dezelfde brief stuurde onder een Nederlandse naam met een licht aangepast cv, werd hij wel uitgenodigd voor een gesprek. De man stelt dat het CBR hem discrimineert vanwege zijn afkomst en maakte de zaak aanhangig bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelde dat het CBR verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras.
Fictieve naam en aangepast cv
Behalve het gebruik van de fictieve naam ‘Paul Westerkamp’ verwijderde de man verwijzingen uit zijn cv die zouden kunnen duiden op een migratieachtergrond. Zo haalde hij weg dat hij kennis heeft van Arabisch, Koerdisch, Perzisch en Turks en liet hij zijn werkervaring in het buitenland achterwege. Daarnaast veranderde hij zijn burgerlijke staat van ‘[…] gescheiden’ naar ‘getrouwd’. Omdat hij dit keer wel werd uitgenodigd diende hij een klacht in bij het CBR vanwege discriminatie.
Vermoeden van discriminatie
Volgens het CBR is de man echter afgewezen vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en onvoldoende motivatie voor de functie. Daarop legde de man de zaak voor aan het College voor de Rechten van de Mens. Dat constateert dat niet goed te achterhalen is waarom de man is afgewezen en oordeelt dat er in ieder geval ‘een vermoeden is van onderscheid op grond van ras’. Het CBR moet dan aantonen’ dat de afwijzing uitsluitend op andere gronden dan ras berust’.
Afwijzing onvoldoende onderbouwd
Dat heeft het CBR onvoldoende kunnen doen. De reden voor de afwijzing is niet goed onderbouwd en wordt niet ondersteund door bewijsstukken, zoals gespreksverslagen en fomulieren. Zo had de taaleis in de vacature moeten staan, net als het vereiste taalniveau, de noodzaak ervan en de manier om het niveau te beoordelen. Omdat het CBR niet kan aantonen dat de afkomst niet de reden voor afwijzing was, is het oordeel dat het CBR verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras.
Advies voor sollicitatieprocedure
Het College adviseert het CBR de sollicitatieprocedure aan te passen en zo in te richten dat deze transparant en controleerbaar is. Het moet duidelijk zijn aan welke eisen een kandidaat moet voldoen, waarom dat noodzakelijk is en hoe de werkgever dit tijdens de sollicitatieprocedure toetst. Dit alles moet ook duidelijk worden uit de vacaturetekst voor een functie. Kandidaten moet hiervan op de hoogte kunnen zijn voordat ze solliciteren.
Rol van de OR
De OR heeft de taak discriminatie in de organisatie te voorkomen. Dat begint al bij de werving en selectie van nieuwe medewerkers. Wil de bestuurder het sollicitatiebeleid aanpassen, dan heeft hij instemming van de OR nodig. In artikel 27, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is vastgelegd dat de OR instemmingsrecht heeft als het ‘een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid’ betreft. Zo kun je er als OR voor zorgen dat je organisatie met een objectieve en transparante sollicitatieprocedure werkt.
College voor de Rechten van de Mens Oordeelnummer: 2026-115