Nieuwe regels voor inhuren uitzendkrachten op een rij
Op 1 januari 2027 treedt de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) in werking. Die geldt niet alleen voor uitzendbureaus die personeel uitlenen, maar net zo goed voor werkgevers (inleners) die uitzendkrachten inhuren. Werkgeversorganisatie AWVN zette de vier belangrijkste veranderingen op een rij.
Toelatingsbewijs
Als werkgever (inlener) mag je alleen uitzendkrachten inlenen bij een uitzendorganisatie die is toegelaten als uitlener door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (de NAU). Er komt een register met toegelaten bedrijven op de website van NAU. Als inlener moet je vooraf controleren of de uitlener hierin staat. Je mag dus niet alleen afgaan op de verklaring van de uitlener. Het bewijs van de inschrijving in het register moet je bewaren in je personeelsadministratie. Hiervoor geldt een wettelijke bewaartermijn van zeven jaar.
Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden
De werkgever moet als inlenende partij de juiste arbeidsvoorwaarden van de eigen werknemers doorgeven aan de uitlener. Daarmee kan deze voor de uitgeleende werknemers een gelijkwaardige beloning vaststellen. Veranderen je arbeidsvoorwaarden tijdens een lopende overeenkomt, dan moet je dat toch doorgeven. Het gaat hier onder meer om informatie over de arbeidstijden (begin- en eindtijden en pauzes) en roosters. Hierop baseert de uitlener het salaris. Als je dit niet doet, kan de uitlener niet aanzijn plicht voldoen. Ook loop jij als inlener kans aansprakelijk gesteld te worden als werknemers te weinig verdienen.
Doorlening
Als het uitzendbureau de uitzendkracht zelf ook heeft ingeleend van een andere uitlener, moet het bureau dat doorgeven aan jou als inlenende partij. Er is dan sprake van doorlening. Als jij de uiteindelijke (eind)inlener bent (de laatste inlener in deze keten) moet je controleren of de uitlener van wie jij inleent over een toelating beschikt. Net als in bovenstaande situatie moet je hier een bewijs van hebben en dit zeven jaar bewaren in de administratie.
Samenwerken inlener en uitlener
De uitlener moet aan zogenoemde normeisen voldoen om een toelating te krijgen. Hiervoor moet hij allerlei informatie vastleggen, waaronder de begin- en eindtijden van de werkzaamheden van uitgeleende krachten. De uitlener kan voor deze gegevens aankloppen bij het inlenende bedrijf.
Als inlener word je verondersteld hieraan medewerking te verlenen. Hier is sprake van een indirecte meewerkplicht. Als inlener ben je weliswaar niet wettelijk verplicht om de begin- en eindtijden te registeren, maar omdat het uitzendbureau geen vergunning krijgt als het niet aan de normeisen voldoet, moet de inlener wel.
Boetes bij overtredingen
Om een goede naleving van de nieuwe regels af te dwingen, komen er forse boetes op overtredingen. Hiervoor wordt het WAADI-boetebesluit aangepast. Op het in- én uitlenen van uitzendkrachten van een niet toegelaten uitlener of een uitlener die niet onder de uitzonderingen valt, zal een boete van € 90.000 volgen. Daarnaast kan de Belastingdienst vanaf 1 januari 2027 makkelijker inlener aansprakelijk stellen als de uitlener geen loonheffing of omzetbelasting betaalt. Dat kan de inlener 35% van de factuurbedragen kosten.
Meer weten over dit onderwerp? Lees dan de Checklist uitzendkrachten.