Nieuws
Laatst gewijzigd op: 21 september 2026 | Geschreven door: Redactie Performa OR

Plannen Prinsjesdag op een rij

Veel dingen waren natuurlijk lang voor Prinsjesdag bekend, zoals het intrekken van het plan de AOW-leeftijd versneld te verhogen, het uitstel met een jaar van het plan de WW-duur te halveren en het niet verlagen van het maximumdagloon voor uitkeringen. Toch zetten we voor de volledigheid nog even alle andere voornemens van het kabinet Jetten op een rij die direct van invloed zijn op het HR-beleid in organisaties.

  • Meer zekerheid voor flexwerkers. Met de invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers op 1 januari 2028 wordt de ‘draaideur’ na maximaal drie tijdelijke contracten in maximaal drie jaar vergroot van 6 naar 36 maanden. Nulurencontracten mogen straks niet meer, op een paar uitzonderingen na, zoals voor scholieren en studenten. In plaats van min-maxcontracten komen er bandbreedtecontracten, die oproepkrachten meer zekerheid geven. Dit betekent dat individuele arbeidsovereenkomsten en cao’s aangepast moeten worden.
  • Inperking concurrentiebeding. Eind 2026 of begin 2027 stuurt het kabinet een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer over inperking van het concurrentiebeding. Dat mag straks alleen nog als de maximumduur 12 maanden is er ook een (redelijk) geografisch bereik is opgenomen. Houdt een werkgever een werknemer aan het concurrentiebeding, dan moet hij zolang het beding duurt 50% van het maandsalaris extra betalen. Werkgevers vinden dat bedrag veel te hoog en niet zou moet gelden als de vrije arbeidskeuze van een werknemer door het beding niet wordt belemmerd of als er geen schade wordt geleden.
  • Meer uren werken gaat meer lonen. Het kabinet wil meer uren werken aantrekkelijker maken met specifieke maatregelen als een voltijdbonus, een meerurenvoordeel en een arbeidskorting per uur. Deze maatregelen worden samen met sociale partners (vakbonden en werkgevers) verder uitgewerkt.
  • Verhogen onbelaste kilometervergoeding naar € 0,25. Zoals eerder aangekondigd, mogen werkgevers met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 werknemers voor zakelijke en woon-werkritten een onbelaste kilometervergoeding verstrekken van € 0,25 (was € 0,23). De hogere vergoeding moet nog wel opgenomen worden in veel cao’s en arbeidsvoorwaardenreglementen (avr’s).
  • Transparantie over beloning. Hoewel de Wet loontransparantie nog niet is aangenomen, is het wel de bedoeling dat deze per 1 januari in werking treedt. Werkgevers moeten vanaf dan een objectief systeem van functiewaardering en -indeling hebben om beloningsverschillen voor mannen en vrouwen in vergelijkbare functies tegen te gaan. Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten hun beloningsverschillen ook rapporteren, ook aan de ondernemingsraad. Individuele werknemers in alle organisaties krijgen het recht bij HR te informeren of ze gelijk worden beloond als collega’s in vergelijkbare functies.
  • Versimpeling verlofregels. Nog dit najaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het nieuwe, vereenvoudigde verlofstelsel. Daarbij wordt de Wet arbeid en zorg vervangen door de Verlofwet. De hoogte en duur van alle verlofsoorten wijzigt niet. Wel komen er veel administratieve vereenvoudigingen en worden de verlofsoorten geclusterd. Eisen en voorwaarden worden zoveel mogelijk gelijk getrokken.
  • Minder regels en plichten bij re-integratie. Het kabinet gaat kijken of de loondoorbetalingsplicht van twee jaar bij ziekte werkbaarder te maken voor MKB-werkgevers. Uit een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter moet blijken hoe de administratieve lasten voor werkgevers minder kunnen worden. Verder ligt er een wetsvoorstel waarbij MKB-werkgevers de re-integratie in het tweede ziektejaar volledig kunnen richten bij een andere werkgever. Ook wordt het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend bij de toetsing van de re-integratie-inspanningen door UWV.
  • Leerrechten voor medewerkers. Het moet makkelijke worden werknemers om te scholen naar sectoren en functies waar veel vraag naar is. Ook is het belangrijk de vaardigheden van werknemers op peil te houden met opleiding en coaching. Het kabinet wil daarom een toegankelijk en bestendig stelsel opzetten voor een leven lang ontwikkelen (LLO). Dat moet worden gezien in samenhang met de door werkgevers verplicht te betalen transitievergoeding bij uitdiensttreding. De afschaffing van de compensatieregeling voor werknemers die na twee jaar ziek uit dienst gaan wordt daarom nog een jaar uitgesteld.
  • Subsidie voor scholing in MKB. De bestaande Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in het mkb (SLIM-regeling) wordt voortgezet, voor zowel individuele ondernemingen als samenwerkingsverbanden in het midden- en kleinbedrijf. De tijdelijke scholingssubsidie voor opleidingen in maatschappelijke cruciale sectoren, als onderdeel van SLIM, is vanaf 2027 alleen nog maar toegankelijk voor individuele werkgevers.
  • Nadruk op preventie bij gezond en veilig werken. Het kabinet gaat onderzoeken of financiële prikkels (subsidie) helpen bij investeringen in preventie bij arbobeleid. Ook moet er meer ingezet worden op de aanwezigheid en kwaliteit van risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s). Verder wil het kabinet de regeldruk bij verminderen bij arbobeleid, RI&E en de omgang met gevaarlijke stoffen.
  • Subsidie voor de aanpak van zwaar werk. Het kabinet wil een tijdelijke subsidieregeling ‘Duurzaam aanpakken belastende werkzaamheden’ openstellen (van 2027 tot 2030) voor de preventie en aanpak van belastende werkzaamheden. Volgend jaar is de subsidie alleen aan te vragen door samenwerkingsverbanden vanuit sectoren en branches, later ook door individuele werkgevers. De regeling wordt gefinancierd vanuit restanten van de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU).
  • Duidelijkheid over arbeidsrelaties. Er komt een nieuwe wet die de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er definieert, de Zelfstandigenwet. Daarmee komt er na vele jaren onduidelijkheid waarschijnlijk in 2028 eindelijk helderheid over hoe en wanneer je als werkgever zzp’ers kunt inschakelen.
  • Alleen nog werken met geregistreerde uitzendbureaus. Werkgevers mogen vanaf 2027 alleen nog maar geregistreerde uitzendbureaus inschakelen om de positie van kwetsbare arbeidskrachten, waaronder arbeidsmigranten, te verbeteren. Die registratie is te controleren bij de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). 1 januari 2027 treedt de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) in werking. Daarnaast komt er een uitzendverbod voor de vleesverwerkende sector per 1 maart 2028. Ook is het niet meer toegestaan dat uitzendbureaus huur inhouden op het salaris van uitzendkrachten. Verder wil het kabinet nog met regels komen die waarborgen dat het inlenen van uitzendkrachten tijdelijk blijft.
  • Alleen nog cao’s afsluiten met onafhankelijke vakbonden. Werkgeversorganisaties mogen voortaan geen cao’s meer afsluiten met vakbonden die niet onafhankelijk zijn. Daarvoor wordt de wet aangepast, mede op aandrang van Europa.
  • Geen WKR-vrijstelling meer voor branche-eigen producten. De gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten verdwijnt. Die was vooral van belang in de detailhandel, de reisbranche en bij hypotheekverstrekkers en verzekeraars. Tot en met dit jaar geldt deze vrijstelling voor maximaal 20% van de consumenten waarde, met een maximum van € 500 per werknemer per kalenderjaar. Bedrijven mogen vanaf 2027 nog wel personeelskortingen geven, maar die gaan ten koste van de vrije ruimte van de WKR.

Wil je meer weten over wat er allemaal afkomt aan nieuwe wet- en regelgeving? En wat dat concreet betekent voor jouw organisatie en jouw ondernemingsraad? Kom dan naar OR Update op 10 december in Kontakt der Kontinenten.