Recht op scholing
Als ondernemingsraad heb je recht op scholing. Dat recht is vastgelegd in artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Er komt veel kijken bij het OR-werk. De ene keer vergader je over een komende reorganisatie, de andere keer over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Ook moet je iets vinden van de financiële kant van de organisatie. Niet ieder OR-lid is hierin thuis. Goed om te weten dus dat je recht hebt op scholing. In deze checklist lees je wat dat inhoudt.
Wat zijn de scholingsrechten?
Het scholingsrecht (link maken naar checklist van gister) richt zich op de individuele leden van de OR en niet op de ondernemingsraad als geheel. In artikel 18.3 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat dat ieder OR-lid recht heeft op minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Leden van een vaste commissie of onderdeelcommissie van de OR hebben recht op minimaal drie scholingsdagen per jaar. Hierdoor kunnen collega’s die niet in de OR, maar wel in een commissie zitten, toch gebruikmaken van het scholingsrecht uit de WOR. Een lid dat in de OR én in een commissie zit, heeft recht op minimaal acht dagen scholing. Let op: het begrip ‘scholingsdag’ uit de WOR komt nog uit de tijd dat er opleidingen werden gegeven met drie dagdelen; ochtend, middag en avond. Een scholingsdag bestaat dus uit ten minste twee dagdelen.
TIP
De wet heeft het over minimumaantallen scholingsdagen. Maar er staat ook dat het om scholing gaat die ‘redelijkerwijs’ nodig is voor het functioneren van de OR. Dat biedt een escape als je als OR meer wilt dan het minimale.
Vrijstelling en scholing
Scholing vindt net als OR-werk in principe plaats tijdens werktijd. Sommige OR-leden zich bezwaard, want vrij nemen voor scholing of OR-werk komt niet altijd goed uit. Maar dat zou niet zo moeten zijn: de bestuurder moet ervoor zorgen dat de OR is vrijgesteld voor OR-werk en OR-scholing. Mocht dat niet tijdens werktijd kunnen, dan moet de bestuurder OR-leden compenseren in tijd of geld.
TIP
Maakt je leidinggevende bezwaar, kaart dit als OR dan aan bij de bestuurder. Hij moet ervoor zorgen dat jij gebruik kan maken van je recht op scholing.
Wie betaalt de kosten van scholing?
De bestuurder betaalt de kosten van de scholing, zolang die ‘redelijkerwijs noodzakelijk’ zijn voor de taakvervulling van de OR. Niet alleen de cursuskosten, maar ook de tijd dat het OR-lid niet aan het werk is, komt voor zijn rekening. De WOR maakt in het recht op scholing geen onderscheid tussen parttime of fulltime werkende OR-leden. Meestal gaat de bestuurder wel akkoord met scholing, zeker als de OR duidelijk kan maken dat dit nodig is voor een goede uitvoering van het OR-werk. Is er geen overeenstemming over de redelijkheid of interpretatie van de toepassing van het wettelijk scholingsrecht door bestuurder en OR? Dan kan je als OR naar de bedrijfscommissie stappen. Of desnoods naar de rechter.
TIP
De bestuurder mag niet zomaar een verzoek voor een training off cursus afwijzen. Als ‘ie slim is, zal hij dat ook niet doen (tenzij het over de grenzen van redelijkheid heengaat). Gebeurt dat toch, dan kan je wijzen op de mogelijkheid naar de Ondernemingskamer te stappen.
Scholingsplan en scholingsbehoeften
Elk OR-lid heeft zo zijn kwaliteiten. Soms zijn die onvoldoende om de doelen die de OR heeft gesteld, te realiseren. Met een opleidingsplan kun je in kaart brengen wat je in de zittingstermijn wil bereiken en welke kennis en vaardigheden daarvoor nodig zijn. Zo’n plan is niet verplicht, maar kan wel structuur bieden. De scholingen staan dan voor een langere periode vast. Het maken van een opleidingsplan stimuleert je om na te denken over de toekomst en de benodigde competenties van de OR-leden. Ook voor de bestuurder is een scholingsplan prettig. Hij weet dan waarin de OR wil investeren. Een scholingsplan wordt meestal per jaar vastgesteld, maar soms ook per zittingsperiode.
TIP
Reserveer ruimte in het scholingsplan voor congressen, cursussen of evenementen die inspelen op actualiteiten zoals wetswijzigingen.