Stoelendans of afspiegelen? Wat mag bij een reorganisatie?
Bij een reorganisatie moet een bestuurder een keuze maken welke methode hij gebruikt om te bepalen welke medewerkers mee overgaan na de reorganisatie. Zijn er straks vooral nieuwe functies? Dan mag de bestuurder in grote mate bepalen welke werknemers hij meeneemt. Dat gaat via de ‘stoelendansmethode’. Er komen vacatures met nieuwe functieomschrijvingen en medewerkers kunnen daarop solliciteren. De bestuurder kan dan kiezen welke medewerker hij het meest geschikt acht voor die functie. Dit selectieproces moet wel zo objectief mogelijk gebeuren.
Afspiegelingsbeginsel
Wanneer bestaande functiegroepen grotendeels blijven bestaan, maar door reorganisatie het aantal werknemers per functiegroep daalt, dan is de bestuurder verplicht het afspiegelingsbeginsel toe te passen. Dat zorgt ervoor dat de leeftijdsopbouw van het medewerkersbestand voor en na de reorganisatie zoveel mogelijk gelijk blijft. Medewerkers worden dan ingedeeld in leeftijdsgroepen. Binnen elke groep komen de werknemers met het kortste dienstverband als eerste in aanmerking voor ontslag. Last in first out dus, maar per leeftijdsgroep binnen de functiegroep. Dat moet volgens de UWV-uitvoeringsregels bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.
Rol ondernemingsraad
Bij een voorgenomen besluit tot reorganisatie met verlies van arbeidsplaatsen heeft de OR altijd recht om te adviseren volgens artikel 25 lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden. Dat betekent dat de OR in haar advies kan opnemen dat zij de bestuurder adviseert om voor de stoelendans of voor de afspiegeling te kiezen. Dat laatste heeft meestal de voorkeur van de ondernemingsraad, zeker als het niet alleen maar om nieuwe functies gaat, omdat er een evenwichtiger personeelsbestand overblijft en ook oudere werknemers meer kans maken op behoud van werkgelegenheid.
Meer weten? Lees dan de checklist Afspiegelingsbeginsel.