38 cent per kilometer is pas echt kostendekkend
De onbelaste kilometervergoeding van 23 cent per kilometer dekt vrijwel nooit de vaste en variabele autokosten. De reële kilometervergoeding voor een middenklasse auto met een catalogusprijs tussen € 25.000 en € 45.000 bedraagt minimaal 38 cent per kilometer. Bij een auto van minder dan € 25.000 past een vergoeding van 28 cent, bij een auto van meer dan € 45.000 is dat 51 cent per kilometer. Dat zijn de normbedragen in 2026 volgens de Vereniging van zakelijke rijders (VZR). Die roept het nieuwe kabinet op de huidige regeling te vervangen door een systeem waarbij jaarlijks de maximale onbelaste vergoeding vastgesteld wordt op basis van de werkelijke kosten.
Meer dan 23 cent
De huidige grens van 23 cent aan onbelaste vergoeding wordt vaak gebruikt als maatstaf voor de vergoeding van de autokosten die een werknemer krijgt als deze zijn privéauto gebruikt voor zakelijke ritten of woon-werkverkeer. Een werkgever mag best meer vergoeden, zolang hij over het meerdere boven de 23 cent maar loonbelasting inhoudt en afdraagt. Volgens de VZR draagt de eigenaar van de auto het volledig risico van het gebruik van de auto en daarmee ook de kosten voor de verzekering, het onderhoud en de afschrijvingen. Het is daarom ook reëel dat dit meeweegt in de vergoeding die door de werkgever wordt bepaald. Als OR kan je dit ook inbrengen in de overlegvergadering met de bestuurder.