7 jaar zelfde uitzendkracht inhuren gaat echt te ver
Albert Heijn heeft misbruik gemaakt van een uitzendovereenkomst door een medewerker bij een distributiecentrum zeven jaar en vier maanden op die manier in te huren en hem geen vast contract te geven. Volgens de rechter is die periode echt niet meer redelijkerwijs als ‘tijdelijk’ aan te merken en kan AH niet onderbouwen waarom de medewerker niet in vaste dienst is. Daarom krijgt de werknemer alsnog een vast dienstverband.
Uitzendrichtlijn Waadi
Uitzendarbeid mag op grond van de geldende uitzendrichtlijn in principe nooit een permanente situatie worden, aangezien de arbeidsverhouding tussen uitzendkracht, uitzendbureau en inlener altijd tijdelijk behoort te zijn. Dat staat in artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Eerder stelde de Hoge Raad [ECLI:NL:HR:2025:1733] dat een rechter bij opvolgende uitzendcontracten wel moet vaststellen of er echt sprake is van omzeiling van een vaste arbeidsrelatie. Een op handen zijnde wijziging van de Waadi maximeert de periode van inlening van dezelfde medewerker tot 36 maanden.
Omzeiling
De kantonrechter in deze zaak oordeelt dat Albert Heijn de consequenties van het aangaan van een vaste arbeidsrelatie inderdaad heeft omzeild. Zeven jaar en vier maanden via een uitzendovereenkomst bij dezelfde inlener werken is niet meer als ‘tijdelijk’ te beschouwen. AH heeft ook niet kunnen aantonen dat er geen sprake is van misbruik van opvolgende contracten. Het feit dat distributiecentra massaal met arbeidsmigranten en uitzendcontracten werken is onvoldoende argument. Dus veroordeelt de rechter op 17 april AH tot het in vaste dienst nemen van de uitzendkracht. [ECLI:NL:RBDHA:2026:9257]