Nieuws
Laatst gewijzigd op: 12 maart 2026 | Geschreven door: Redactie Performa OR

Staat maakt zich schuldig aan loondiscriminatie rechters

De Nederlandse overheid heeft verboden onderscheid gemaakt ten opzichte van een medewerker op grond van geslacht. Het gaat om Marlies Spooren, een vrouwelijke rechter die erachter komt dat haar mannelijke collega’s een veel hoger startsalaris hebben dan zij. Volgens de vrouw discrimineert de Staat haar op grond van geslacht. Want mannelijke collega’s doen hetzelfde werk, maar ontvangen een hogere beloning. Dit geldt voor zowel de periode waarin de vrouw werkzaam is als rechter in opleiding als na haar benoeming tot rechter. Dat stelt het College van de rechten van de mens op 5 maart [oordeel 2026-38].

Maatmanbeoordeling

Om te kunnen oordelen over de vraag van de vrouw voert het college een zogenaamde maatmanbeoordeling uit. Daarbij kijkt het college naar de beloning van twee personen van verschillend geslacht die gelijkwaardig werk verrichten. Als zij verschillend worden beloond, moet dit herleidbaar zijn naar toepassing van neutrale beloningsmaatstaven zoals kennis en ervaring. Als deze maatstaven het beloningsverschil niet kunnen verklaren, is er sprake van discriminatie op grond van geslacht. Bij het uitvoeren van de maatmanbeoordeling kijkt het college naar de twee momenten waarop de vrouw is ingeschaald, namelijk: bij aanvang van opleiding en benoeming tot rechter. Volgens het college is er inderdaad sprake van beloningsdiscriminatie.

Herleidbaarheid beloningsverschillen

NRC dook op de dag van de uitspraak in de zaak en vroeg Marlies Spooren op nadere toelichting. In beide gevallen bleek dat de mannelijke collega’s aanzienlijk meer verdienden, tot wel € 2.000 per maand. Het college oordeelde dat de beloningsverschillen niet herleidbaar waren naar kennis of ervaring, maar wel naar het vorige salaris bij hun eerdere werkgevers. Spooren kwam uit de sociale advocatuur, waar de lonen laag zijn. De mannen stroomden in vanuit de veel beter betaalde consultancy of commerciële advocatuur. Hun aanvangssalarissen als rechter in opleiding waren daarop gebaseerd. En die verschillen bleven doorwerken na hun benoeming tot rechter.

Beloningsbeleid op de schop

De uitspraak heeft grote gevolgen voor het beloningsbeleid bij rechtspraak. Het oude beloningsbeleid uit 1994 moet echt op de schop. Sindsdien krijgen rechters in opleiding een salaris dat is gebaseerd op hun laatstverdiende salaris. Dat mag dus niet meer. Eind januari kwam demissionair minister van Justitie en Veiligheid met een voorstel om vijf miljoen euro uit te trekken voor een compensatieregeling van rechters en officieren die tussen 2015 en 2023 zijn opgeleid. Veel te weinig, in veel gevallen. Omgerekend is het één maandsalaris extra voor de benadeelde vrouwen.

Loondiscriminatie

De Staat heeft tot half april de mogelijkheid om te reageren op het oordeel van het college en om aan te geven of ze met passende maatregelen willen komen. Het is afwachten of ze dat doen en of het afdoende is. Als alternatief kan de vrouw een civiele procedure starten en naar de rechter te gaan. Maar dat is op de zaken vooruitlopen, zegt Spooren in NRC, ze hoopt dat de Staat zelf het goede voorbeeld gaat geven. ‘Ik heb dit gedaan voor vrouwelijke rechters en alle vrouwen en minderheden die te maken hebben met loondiscriminatie. Het moet in de toekomst beter.’