Nieuws
Laatst gewijzigd op: 20 oktober 2026 | Geschreven door: Redactie Performa OR

Autodealer benadeelt werknemer die vaderschapsverlof wil opnemen

Een accountmanager bij dealer Pon’s Automobielbedrijven werkt op een tijdelijk contract. Na vijf maanden is er een functioneringsgesprek. Er is weliswaar een aantal ‘aandachtspunten’, maar geen conclusie dat het tijdelijk contract niet wordt verlengd. Een maand later meldt de werknemer dat hij vader wordt van een tweeling. Hij mailt zijn leidinggevende een voorstel voor opname van zijn wettelijk aanvullend geboorteverlof en ouderschapsverlof. Een week later bespreken manager en werknemer het voorstel, In dat gesprek uit de manager twijfels over zijn functioneren. Niet veel later hoort de accountmanager dat zijn contract niet wordt verlengd.

De werknemer legt de situatie voor aan het College voor de rechten van de mens. Deze instantie oordeelt over benadeling en discriminatie, al zijn de uitspraken niet bindend. De werknemer geeft aan dat hij zich benadeeld voelt, omdat hij negatieve opmerkingen kreeg over zijn verzoek tot opnemen van verlof en direct daarna te horen kreeg dat er twijfels waren over zijn functioneren, met als gevolg dat zijn contract niet werd verlengd. De werkgever is het hier niet mee eens. Uit zijn functioneringsgesprek was al gebleken dat er onvoldoende tevredenheid was over het functioneren van de man.

De regelt is dat een werknemer mag niet worden benadeeld vanwege het opnemen van (aanvullend) geboorte- en ouderschapsverlof. Dat geldt ook voor het aanvragen van verlof. Het College stelt vast dat de mededeling van de werkgever dat het contract niet wordt verlengd kort volgt op de melding van de werknemer dat hij vader wordt en zijn e-mail met de aanvraag om verlof. Ook stelt het College vast dat de twijfels over het functioneren pas op schrift zijn gesteld na de verlofaanvraag. Verder staat vast dat de manager opmerkingen heeft gemaakt over het aanstaande vaderschap en verlof. Daarmee is er in ieder geval een vermoeden van benadeling. Het is dan aan de werkgever om het gevestigde vermoeden te weerleggen. Dat kan de werkgever niet.

Oordeel

Het College oordeelt daarom dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat er al langere tijd twijfels waren over het functioneren en de geschiktheid van de man in zijn rol als accountmanager. Ook heeft de werkgever niet goed kunnen uitleggen dat de opmerkingen van de manager anders bedoeld waren. Het College stelt daarom vast dat de werkgever het feit dat de man (aanvullend)geboorte- en ouderschapsverlof wilde opnemen heeft betrokken in de beslissing om zijn contract niet te verlengen. De man is daardoor benadeeld. [Oordeel 2026-127]