Nieuws
Laatst gewijzigd op: 28 juli 2026 | Geschreven door: Redactie Performa OR

Steeds meer cao’s bevatten RVU-afspraken voor zwaar werk

Steeds meer cao’s bevatten afspraken over een regeling voor werknemers die fysiek zwaar werk verrichten. Op 1 januari 2026 is de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) een doorlopende in plaats van een tijdelijke regeling geworden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) laat daarom elk jaar onderzoek doen naar het toepassen van de regeling door de sociale partners. Van de 442 cao’s die zijn onderzocht bevatten 80 cao’s een afspraak over een RVU-regeling in 2026. In 86 cao’s wordt nog verkend of en voor wie er een RVU komt. Dat staat in een kamerbrief van minister Hans Vijlbief van SZW bij de presentatie van het rapport RVU-afspraken in cao’s 2026.

Eerder stoppen met werken

De Regeling Vervroegd Uittreden houdt in dat werknemers die fysiek zwaar werk doen onder voorwaarden drie jaar eerder dan hun AOW-leeftijd kunnen stoppen met werken. De NS was het eerste bedrijf met een structurele regeling voor zwaar werk in de cao. De overheid moedigt het maken van afspraken over de RVU in cao’s aan, maar deze moeten wel specifiek gericht zijn op ouderen met een zwaar beroep. Dat betekent dat een algemene regeling waarin naar oudere werknemers wordt verwezen niet meer voldoet.

Zware functies of roostervormen

Uit het rapport blijkt dat deze dan ook minder vaak voorkomen in de onderzochte cao’s. Om collectieve afspraken te maken over de RVU moeten werkgevers en vakbonden aangeven voor welke doelgroepen de regeling is bedoeld. Bijvoorbeeld voor specifieke zware functies of roostervormen, zoals werken in nachtdiensten en ploegendiensten. Ook moeten ze  omschrijven wat precies bedoeld wordt met ‘zwaar werk’.

TNO toetst regeling

Dat zijn ook onderdelen die terugkomen in de  voorwaarden die de overheid stelt aan het opnemen van een RVU-regeling in de cao.  Het TNO Expertisecentrum Zwaar Werk is aangewezen om de afspraken voor een RVU-regeling te onderbouwen. Werkgevers en vakbonden kunnen er terecht om de eigen regeling te laten toetsen. Zo beoordeelt TNO onder meer de fysieke (of mentale) belasting van het werk en of deze risico’s voor de gezondheid met zich meebrengt.