Checklists
Laatst gewijzigd op: 16 juli 2019

Arbeidstijdenwet: werk- en rusttijden

In de Nederlandse Arbeidstijdenwet staan regels voor de werk- en rusttijden van werknemers waaraan organisaties zich moeten houden. In het arbeidstijdenbesluit staan aanvullingen en uitzonderingen op die wet. De Arbeidstijdenwet legt de nadruk op het belang van de medewerkers. De regels zijn er voor hun gezondheid, veiligheid en welzijn, maar ook om het werknemers eenvoudiger te maken werk, privé en zorgtaken te combineren. Het is belangrijk voor de werknemers, maar ook voor de bestuurder dat werk- en rusttijden goed geregeld zijn. Bekijk in deze checklist de wettelijke regels wat betreft arbeidstijden waar uw bestuurder zich aan moet houden.

Maximum arbeidstijd

Er zijn vier hoofdregels voor de maximum arbeidstijd:

  • maximaal 12 uur per dienst;
  • maximaal 60 uur per week;
  • in een periode van vier weken gemiddeld per week maximaal 55 uur;
  • in een periode van 16 weken gemiddeld per week maximaal 48 uur.

Begrippen

De wet definieert diverse begrippen, als nachtdienst, ploegendienst, overwerk en pauzes. Zo staat er in de wet dat een nachtdienst een dienst is waarvan ten minste een uur valt in de tijdsperiode die loopt van 00.00 tot 06.00 uur.

In de wet zijn ook spelregels opgenomen. In de cao zijn vaak nadere regels vastgelegd, bijvoorbeeld dat een werkweek 40 uur duurt. Binnen al deze bepalingen en kaders maakt een bestuurder werkroosters of werkschema’s, die aan de OR ter instemming moeten worden voorgelegd.

Nachtdiensten

Naast de vier hoofdregels voor de maximum arbeidstijd gelden er aanvullende regels voor nachtdiensten:

  • Per nachtdienst maximaal 10 uur werken. Uitzondering: maximaal 5 keer per twee weken en 22 keer per jaar mag een werknemer 12 uur werken per nachtdienst.
  • Per 16 weken maximaal 36 nachtdiensten (maximaal 117 per jaar). Dit mogen er maximaal 140 zijn als het soort werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken en dit in een collectieve regeling is afgesproken.
  • Niet meer dan 7 achtereenvolgende diensten als één van die diensten een nachtdienst is. Dit mogen er 8 zijn als het soort werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken en dit in een collectieve regeling is afgesproken.
  • Binnen 16 weken mag een werknemer niet meer dan gemiddeld 40 uur per week werken. Bij minder dan 16 nachtdiensten per 16 weken geldt een gemiddelde van 48 uur per week.
  • Als een werkdag zo vroeg begint dat het nog gedeeltelijk als nachtdienst telt, geldt een maximum van 38 uur werken tussen 0.00 en 6.00 uur per twee weken.

Een dienst geldt als nachtdienst als de medewerker minstens één uur werkt tussen 0.00 en 6.00 uur.

Rusttijden

Gedurende een werkdag heeft iedere werknemer recht op pauze. Bij een werkdag van 5,5 uur of meer moet die pauze minimaal 30 minuten zijn, al dan niet verdeeld in twee maal een kwartier. Bij een werkdag van 10 uur of meer heeft een werknemer recht op een pauze van 45 minuten, die ook mag worden opgedeeld in kwartieren. In een collectieve regeling mag worden afgeweken van de pauzetijd, maar bij een werkdag van 5,5 uur geldt altijd een minimum rusttijd van 15 minuten. Ook na een dienst geldt een rusttijd: een minimumperiode die een werknemer vrij heeft tot de volgende dienst. Die is minstens 11 uur, maar een keer in de zeven dagen mag u deze inkorten tot acht uur. Uiteraard alleen als de bedrijfsomstandigheden of de aard van het werk dit noodzakelijk maken. Na een werkweek van vijf dagen is er ook recht op weekend: minstens 36 aaneengesloten uren vrij.

Rust na nachtdienst

Bij nachtdiensten gelden andere regels voor rusttijden:

  • Na een nachtdienst die eindigt vóór 2.00 uur: minstens 11 uur rust.
  • Na een nachtdienst die later dan 2.00 uur eindigt, minstens 14 uur rust. Als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, mag dit eenmaal per week worden verkort tot acht uur.
  • Na een nachtdienst van 12 uur: minstens 12 uur rust.
  • Na minstens drie opeenvolgende nachtdiensten die eindigen na 2.00 uur: minstens 46 uur rust.

Zondagrust

Zondag is in principe een vrije dag, tenzij anders is afgesproken met de werknemer. De aard van het werk of bijzondere omstandigheden kunnen werken op zondag noodzakelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan de horeca, politie, ziekenhuis of ploegendienst in een fabriek. Werknemers hebben in ieder geval 13 vrije zondagen per jaar. In een collectieve regeling kan hiervan worden afgeweken.

Zowel de medewerker zelf als de ondernemingsraad moet hiermee instemmen.

Uitzonderingen

In bijzondere situaties mag uw bestuurder de regels van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit aanpassen, zonder dat hiervoor een collectieve regeling nodig is. Enkele voorbeelden:

  • Werknemers mogen in de zeven dagen voorafgaand aan een feestdag twee maal maximaal 14 uur werken, ook ’s nachts.
  • Bij dringende werkzaamheden mogen werknemers eenmaal per twee weken maximaal 14 uur werken, ook ’s nachts.