Heeft OR instemmingsrecht bij beloningsbeleid multinational?
Het buitenlandse moederbedrijf van een Nederlandse vestiging kondigt aan dat er een nieuw, internationaal beloningssysteem komt. De Nederlandse bestuurder vindt dat er geen sprake is van een instemmingsplichtig besluit, omdat dit besluit vanuit het buitenland is opgelegd. De OR ziet het wel als een aangekondigde wijziging in het beloningssysteem en is van mening dat de OR er dus eerst mee moet instemmen. Ze komen er niet uit en leggen hun zaak op 25 februari voor aan de Bedrijfscommissie van de SER, die bemiddelt in dit soort conflicten.
Bedrijfscommissie
De OR voelt zich overvallen door de korte termijn waarop het besluit in zou moeten gaan. Ook vindt de raad de informatie over het nieuwe beloningssysteem wel erg summier en algemeen van karakter. Er is meer nodig om tot een afgewogen oordeel te oordeel komen. De bestuurder beschikt niet over meer informatie, de buitenlandse moeder bepaalt welke informatie gedeeld mag worden. De partijen komen niet uit het juridische steekspel en vragen de Bedrijfscommissie om een uitspraak. Die geeft alvast de volgende adviezen.
- Trek gezamenlijk op bij het opvragen van nadere informatie over het besluit van de buitenlandse moeder. Bestuurder en OR hebben tenslotte een gemeenschappelijk belang. Mocht de buitenlandse moeder wegens vertrouwelijkheid niet meer informatie willen verstrekken, dan kan de bestuurder die informatie alsnog onder geheimhouding aan de OR verstrekken conform artikel 20 van de Wet op de ondernemingsraden. Al is terughoudendheid met geheimhouding gewenst, aldus de Bedrijfscommissie.
- Geef als OR (en bestuurder) heel concreet aan welke informatie je wilt weten. De Bedrijfscommissie wijst erop dat de bestuurder wettelijk verantwoordelijk is voor het medezeggenschapstraject en dus de plicht heeft zijn OR in alle gevallen goed te informeren. En dat is niet alleen bij een advies- of instemmingsplichtig besluit. Elke ondernemingsraad heeft dit volgens de Bedrijfscommissie nodig om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn die de gemaakte afwegingen bij een voorgenomen besluit kan kennen en begrijpen en deze ook kan vertalen naar de achterban van de OR.
- Bespreek als OR en bestuurder in de toekomst niet alleen over de inhoud, maar ook over het proces en de relatie. De Bedrijfscommissie adviseert daarom (vaker) processen te evalueren en met elkaar te bespreken waar je tegenaan loopt. Daarnaast adviseert de Bedrijfscommissie de bestuurder zich meer in te leven in de andere partij en (het gevoel van) de andere partij serieus te nemen. Een procesbegeleider zou partijen hierbij kunnen helpen deze routine te ontwikkelen.
Instemmingsplichtig
En dan terug naar de hoofdzaak. Is het voorgenomen besluit van de buitenlandse moeder over een ander beloningsbeleid echt instemmingsplichtig? De Bedrijfscommissie vindt van wel. De commissie kan hier zelf geen bindende uitspraak over doen, dat kan alleen de kantonrechter. Omdat beide partijen daar liever van afzien, adviseert de Bedrijfscommissie de discussie te stoppen over het instemmingsrecht en het overleg te hervatten met het uitgangspunt dat het wel degelijk een instemmingsplichtig kwestie is.
Nietig verklaren
Mocht dit alsnog niet lukken, dan kan de OR de zaak altijd nog voorleggen aan de kantonrechter. De ondernemingsraad is gelukkig zo slim geweest tijdig de nietigheid van het voorgenomen besluit in te roepen. Dit betekent dat de bestuurder het besluit niet mag uitvoeren, tenzij hij vervangende toestemming van de kantonrechter krijgt. [BC-25002]